Breendonk en Kazerne Dossin

Op dinsdag 22 november maakten de zesdejaars in het kader van de lessen geschiedenis  een excursie naar het Nationaal Gedenkteken van Breendonk en naar de Dossinkazerne.

De dag begon al een beetje ‘speciaal’. Op de E40 werden we door een zwaantje verplicht om met de bus te stoppen op de parking in Heverlee. We werden onderworpen aan een grootschalige alcohol- en drugscontrole. Alle leerlingen moesten in groepjes voor de bus gaan staan en werden besnuffeld door drugshonden. Daarna gingen de mannen van de drugsbrigade ook nog met twee honden de bus op en werd alles onderzocht.

Het was allemaal nogal intimiderend en een beetje akelig. Maar gelukkig was alles in orde en na een oponthoud van 40 minuten konden we onze weg verder zetten naar Breendonk.

Breendonk is een fort dat in het begin van de 20ste eeuw werd gebouwd. Het moest deel uitmaken van een soort verdedigingsgordel rond Antwerpen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog maakten de Duitsers er een concentratiekamp van. Het was het enige concentratiekamp in België. Breendonk was een doorgangskamp; dit betekent dat de meeste gevangenen hier slechts tijdelijk verbleven in afwachting van vervoer naar een werkkamp of uitroeiingskamp. Maar ook in Breendonk moest er slavenarbeid verricht worden. De gevangenen moesten het hele fort , dat bedekt was onder een laag zand, uitgraven.

Breendonk was een vrij klein kamp; er was plaats voor ongeveer 500 gevangenen. Maar juist daarom heeft dit kamp een zeer gruwelijke reputatie. Er waren zeer veel bewakers voor zeer weinig mensen; de gevangen kregen dus niet echt de kans om in “de massa op te gaan” en werden voortdurend in de gaten gehouden. Bovendien staat Breendonk ook bekend om zijn meedogenloze bewakers, niet alleen Duitse SS’ers maar ook Vlaamse en Brusselse SS’ers

(collaborateurs dus) zwaaiden er de plak. Ze lieten de gevangenen heel duidelijk voelen wie er de baas was.

Bij onze aankomst in Breendonk werden we opgewacht door drie gidsen die ons door het fort zouden leiden. Al vanaf het eerste moment dat je het fort binnengaat (over de brug van de gracht die het fort volledig omringt), krijg je een beklemmend gevoel. Het is er zeer donker en vochtig. De gids loodst ons door de eerste vertrekken: de gelagzaal van de SS’ers

(waar ze ’s avonds gingen drinken en sadistische spelletjes verzonnen voor de gevangenen) en  de ‘keuken’ (waar nauwelijks gekookt werd – althans toch niet voor de gevangenen).

Vervolgens kwamen we op de appélplaats: hier moesten de gevangenen elke morgen samenkomen voor inspectie. Deze plaats werd echter ook gebruikt om gevangenen uren lang tegen een muur te laten staan en te vernederen in het bijzijn van alle anderen.

Via de appélplaats kom je in de gang waar zich de barakken van de gevangenen bevinden. Donkere, vochtige kamers met stapelbedden waar een veertigtal gevangenen bij elkaar liggen.

Een beetje verder liggen de isoleercellen. Cellen voor gevangenen die iets ‘mispeuterd’ hadden of voor de mensen van het verzet. Kleine cellen met een houten plaat waar de gevangenen slechts tussen 21u en 5u op mochten gaan liggen of zitten. Voor de rest moesten ze de ganse dag staan, soms geboeid aan de voeten en met een blinddoek aan.

Wellicht was de folterkamer nog het meest indrukwekkend. Een soort kelderkamer met allerlei foltertuigen en een greppel in de grond waarlangs bloed en andere lichaamssappen konden wegvloeien na de “ondervraging”.

Na het middagmaal vertrokken we naar de kazerne Dossin in Mechelen. In de periode 1942-1944 gebruikten de nazi’s de 18de eeuwse Dossinkazerne als verzamelkamp voor deportatie naar Auschwitz-Birkenau. In 28 treintransporten werden meer dan 25.500 Joden en 352 zigeuners uit België en Noord-Frankrijk weggevoerd. Amper 5% van hen keerde in 1945 levend terug.

Kazerne Dossin is gegroeid uit het Joods Museum voor Deportatie en Verzet dat in 1995 werd opgericht door een aantal Joodse overlevenden. Van in het begin was dit museum een succesverhaal. Maar uitbreiding was noodzakelijk om het groeiende aantal bezoekers te kunnen ontvangen. Het museum werd dan ook vernieuwd en uitgebreid tot een nieuw Holocaust-en mensenrechtenmuseum, met steun van de Vlaamse regering.

Eind november 2012 werd het museum geopend. Na een kort inleidend filmpje, bezochten de leerlingen het museum in kleine groepjes en op eigen tempo.

Het verhaal van deze 25.000 mensen laat je niet onberoerd.

Het was een zware maar zeker leerrijke en interessante dag.